Documentatie · bij het factureren
Mag ik dit factureren?
De vragen die men zich stelt op het moment van factureren, en waarvan het antwoord duur is wanneer men zich vergist. Elk antwoord komt uit de RIZIV-Infobox voor de thuisverpleegkundige, met als ondertitel « Aandachtspunten van de DGEC met het oog op een correcte facturatie ».
Deze pagina zet de regel uiteen. Ze zegt niemand wat hij met zijn situatie moet doen.
Het toilet
Ik heb rug en voeten gewassen. Is dat een toilet?
Neen. De Infobox is uitdrukkelijk: enkel de rug en/of de voeten wassen kan niet als een toilet beschouwd worden. Het toilet is « het geheel van de verpleegkundige zorg met betrekking tot de globaliteit van de hygiënische zorg ».
Twee andere gevallen zijn evenmin een toilet: het wassen van de benen bij het aan- en uittrekken van steunkousen, en het wassen van de zone rond een wonde.
Het is een punt dat de DGEC controleert, en meerdere kamerbeslissingen hebben het al beslecht.
De patiënt wast zich zelf, ik houd toezicht. Mag ik factureren?
Ja. Wanneer de patiënt zich zelf wast maar de verpleegkundige voortdurend toezicht houdt en/of stimuleert, mag een toilet gefactureerd worden.
« Voortdurend » is het woord dat weegt: langsgaan, de douche aanzetten en terugkomen is geen toezicht.
De arts heeft het toilet voorgeschreven. Volstaat dat?
Neen, en dat is tegenintuïtief. De Infobox schrijft het twee keer:
« Het medisch voorschrift van een toilet waarborgt de terugbetaling door de verzekering voor geneeskundige verzorging niet. »
« De hygiënische zorg is niet attesteerbaar als de minimumscores niet bereikt zijn, zelfs als die zorg door een arts is voorgeschreven. »
Wat het recht opent, is de evaluatieschaal — niet het voorschrift. U hebt trouwens geen voorschrift nodig voor een toilet: u hebt een ingevulde en ondertekende schaal nodig.
Welke scores moeten precies bereikt worden?
Zes criteria, gequoteerd van 1 tot 4. Dit zijn de minima:
| Verstrekking | Wassen | Kleden | Transfer | Toilet | Andere |
|---|---|---|---|---|---|
| Toilet 2×/week | 2 | 2 | — | — | — |
| Toilet 7×/week | 2 | 2 | 3 | — | of continentie 4/4, of attest van desoriëntatie |
| Forfait A | 3 | 3 | — | — | minstens 3 voor één criterium |
| Forfait B | 3 | 3 | 3 | 3 | minstens 3 voor één criterium |
| Forfait C | 4 | 4 | 4 | 4 | minstens 3 voor het ene, minstens 4 voor het andere |
Is de patiënt gedesoriënteerd in tijd en ruimte, dan moet een medisch attest ingevuld worden. De volledige tabel, met het detail van de gemengde incontinentie dag/nacht, staat in de Infobox.
Het forfait
Wat omvat het forfait, en wat blijft ernaast factureerbaar?
Het forfait omvat de basisverstrekking en de technische verstrekkingen — inspuitingen inbegrepen.
Blijven bijkomend factureerbaar:
- het bezoek van de referentieverpleegkundige wondzorg;
- het supplement complexe wondzorg van meer dan 30, 60 of 89 minuten;
- de specifieke technische verstrekkingen.
Al de rest zit erin. Dat verklaart de meeste weigeringen die als onrechtvaardig aanvoelen: de zorg is gegeven, maar ze was al betaald.
Moet ik echt de pseudocodes vermelden?
Ja, het is een reglementaire verplichting. Bij elk geattesteerd forfait komen de pseudocodes bovenop de code van het forfait en beschrijven ze elke zorg die tijdens de verzorgingsdag verstrekt werd.
Ook de zorg zonder overeenkomstige nomenclatuurcode — de Infobox noemt het meten van de bloeddruk. Het is ook wat de DGEC bekijkt bij een controle: een forfait zonder pseudocodes is een dag waarvan men niet kan zeggen wat ze inhield.
Telt het supplement complexe wondzorg mee in het dagplafond?
Neen. De bijkomende honoraria voor complexe wondzorg zijn niet inbegrepen in de berekening van het dagplafond, en ze mogen bovenop de forfaits voor zwaar afhankelijke en voor palliatieve patiënten geattesteerd worden.
Eén beperking: die bijkomende verstrekkingen cumuleren niet onderling tijdens eenzelfde verzorgingsdag.
Het dossier, en wat het bepaalt
Wat riskeert men als het verpleegdossier onvolledig is?
Het is de hardste zin van de Infobox, en hij is categoriek: geen enkel honorarium is verschuldigd als het verpleegdossier niet bestaat, of als de minimale inhoud er niet in staat.
Niet « verminderd ». Niet « betwist ». Niet verschuldigd. De zorg is gegeven, en ze opent geen enkel recht.
Het dossier mag op papier of elektronisch bijgehouden worden: het is de inhoud die telt, niet de drager.
Hoe vaak moeten planning en evaluatie geschreven worden?
Dat hangt af van het type verstrekking, en velen weten het niet:
| Type verstrekkingen | Minstens |
|---|---|
| Nomenclatuur per handeling | om de 2 maanden |
| Forfaits en wondzorg | om de 2 weken |
| Palliatief, specifieke technische | elke week |
De verpleegkundige consultatie en de diabetesverstrekkingen ontsnappen aan die frequentie: ze worden maar één keer verstrekt, of bevatten al een verslag.
Moet ik de identiteit van de patiënt bij elk bezoek nagaan?
Ja, als u de derdebetalersregeling toepast — en dat is bij elk patiëntencontact.
De regel is becijferd: in minstens 90 % van de gevallen door de chip te lezen van een geldige Belgische elektronische identiteitskaart, een vreemdelingenkaart of een elektronisch verblijfsdocument, of van een geldige ISI+-kaart — of via itsme. In hoogstens 10 % van de gevallen via de streepjescode, de klever van het ziekenfonds, of de manuele invoer van het rijksregisternummer.
En men moet de aard van het document, het type lezing, de reden van een klever of van een manuele invoer, en de datum en het uur van de lezing registreren.
Wanneer moet ik de patiënt een verantwoordingsstuk geven?
In drie gevallen: wanneer u niet-terugbetaalbare verstrekkingen attesteert bovenop terugbetaalbare; wanneer u uitsluitend niet-terugbetaalbare verstrekkingen factureert; en wanneer u elektronisch factureert.
Het moet uw conventiestatuut vermelden, de omschrijving en de code van elke terugbetaalbare verstrekking met de bedragen, de omschrijving en het bedrag van elke niet-terugbetaalbare verstrekking, en de totale kost voor de patiënt.
Wat de patiënt betaalt
Geconventioneerd, mag ik een supplement vragen?
Neen. U mag geen enkel supplement vragen voor zorg die in de nomenclatuur staat, noch voor kosten die in de nationale overeenkomst staan.
U mag het remgeld factureren, en dat is niet verplicht. De Infobox waarschuwt voor de verwarring: het remgeld is het verschil tussen het officiële tarief en wat het ziekenfonds terugbetaalt — het is geen supplement.
Niet-geconventioneerd, mag ik mijn honoraria vrij bepalen?
Ja, behalve voor drie categorieën waar de maximumbedragen gelden: de rechthebbenden op de verhoogde tegemoetkoming (RVV), de palliatieve patiënten en de diabetische patiënten.
U moet uw patiënten meedelen dat u niet geconventioneerd bent. En de tegemoetkoming van de verzekering is voor hen met 25 % verminderd — wat hun remgeld verhoogt — behalve voor RVV en palliatieve patiënten.
Is een handeling die niet in de nomenclatuur staat verloren?
Neen. Alleen de zorg opgenomen in artikel 8 geeft recht op terugbetaling. De andere verpleegkundige handelingen mogen rechtstreeks aan de patiënt gefactureerd worden, zonder tegemoetkoming van de verzekering.
Wat veronderstelt dat ze aangekondigd zijn, en op het verantwoordingsstuk staan.
De plaats, het moment, de persoon
Mag ik een forfait factureren in een dagcentrum?
Neen. In een dagcentrum voor ouderen zijn enkel de basisverstrekkingen en de technische verstrekkingen attesteerbaar. De forfaits, de specifieke technische verstrekkingen, het palliatieve en het diabetesluik niet.
In het kabinet van de verpleegkundige of in een hersteltehuis blijven forfaits en specifieke technische verstrekkingen attesteerbaar; palliatief en diabetes niet.
Mag de verpleegkundige consultatie in het weekend?
Neen. De verpleegkundige consultatie is enkel attesteerbaar aan huis, tijdens de week. Het is de enige rubriek in dat geval.
Wie mag een palliatief forfait attesteren?
Enkel een gegradueerd verpleegkundige, een vroedvrouw of een gebrevetteerd verpleegkundige.
Een ziekenhuisverpleegkundige of een assistent in de ziekenhuisverpleging mag de zorg verstrekken, maar het forfait mag enkel geattesteerd worden als een gegradueerde, een vroedvrouw of een gebrevetteerde zelf de zorg heeft verstrekt tijdens een van de zittingen van dezelfde dag — niet noodzakelijk de eerste. En hij alleen attesteert.
Uitzondering: op de dag van een opname of van het overlijden mag de enige zitting van de dag ook door een ziekenhuisverpleegkundige geattesteerd worden.
Wat dekt « de woonplaats » van de patiënt precies?
Ruimer dan men denkt: zijn eigen woonplaats, maar ook de woonplaats van familieleden of vrienden, of een openbare plaats.
Wonden, op het moment van coderen
Hoeveel keer wondtoezicht zonder verband wisselen?
Maximaal 10 voor een eenvoudige wonde, 20 voor een complexe wonde.
Moet de foto naar de arts gestuurd worden?
Ter beschikking gesteld, niet noodzakelijk verstuurd. De Infobox verduidelijkt het: heeft de arts toegang tot het dossier van de patiënt, dan kan hij de foto daar raadplegen.
Wat vereist is: een foto bij het eerste verbandwissel, een nieuwe foto in het dossier minstens om de 14 dagen, en de zekerheid dat de arts er toegang toe kan krijgen.
De melding van het begin van de behandeling binnen de 5 dagen moet daarentegen rechtstreeks, beveiligd en verifieerbaar gebeuren — het gaat om gezondheidsgegevens. Verzending per post blijft mogelijk.
Wanneer moet het advies van de arts of de referentieverpleegkundige gevraagd worden?
Ten laatste 6 weken na de eerste verstrekking wondzorg, eenvoudig of complex.
Daarna om de 6 weken als men een verslechtering of een status quo vaststelt die niet overeenstemt met het zorgdoel — beoordeeld met de erkende instrumenten, bijvoorbeeld TIME.
Vraagt het supplement complexe wondzorg een formaliteit?
Ja. Een melding van bijkomende verstrekkingen moet de adviserend arts van het ziekenfonds bereiken ten laatste 10 kalenderdagen na de eerste behandelingsdag.
De periode die het formulier dekt bedraagt maximaal drie maanden.
De bron
Alles wat voorafgaat komt uit één enkel document: de RIZIV-Infobox voor de thuisverpleegkundige, met als ondertitel « Aandachtspunten van de DGEC met het oog op een correcte facturatie », in de bijwerking van 1 juli 2024.
De Infobox zegt het zelf: hij is niet exhaustief, hij treedt niet in de plaats van de wet en vervangt de toepasselijke regelgeving niet. Deze pagina evenmin. Bij twijfel is de nomenclatuur doorslaggevend, en een woord aan support@tournia.be laat ons toe te verbeteren wat verbeterd moet worden.